Een aantal weken geleden waren we slachtoffer van inbraak en vernieling op het plot. De schuldigen hadden het lef om diezelfde nacht nog een keer terug te komen. Helaas voor hen hadden we daar op gerekend, helaas voor ons waren ze te snel.
Lang verhaal kort; in de dagen die volgde hebben onze mannen en de vasthoudendheid van Pieter alle drie de mannen kunnen vinden en is er inmiddels een uitspraak gedaan.
Het bleek dat wij de 4e op rij waren in dezelfde rij van boerderijen.
De dagen putte ons allebei emotioneel helemaal uit. We sliepen vooral de eerste nachten alert, scherp, stonden aan en ook onze honden waren op hun scherpst. Bij elk geluid sloegen ze aan, waardoor wij rechtop in bed schoten.
Achteraf hebben we, zoals het ons past, teruggekeken, hoe dit nu kwam.
De angst voor onze veiligheid ervaren we allebei niet. We zijn niet naïef, maar ook niet bang aangelegd, nuchter om te beseffen dat als ze binnen willen komen op het plot, ze dat toch wel doen.
Het feit dat het veel tijd vraagt voor er dingen opgepakt, geregeld worden maakt dat je de boeren hier meer begrijpt dat ze de dingen soms moet laten; het kost je minimaal 2 dagen, je energie en veelal kom je er niet achter hoe of wat.
Daarnaast het idee dat iemand een gasfles en bestek steelt, daar kunnen we meeleven, maar dat er doelbewust en voor het gemak spullen en materiaal vernield wordt, frustreerd ons des te meer. Het zal een beetje tijd nodig hebben!
Tegelijkertijd gaat de Bijbeltekst meerdere keren door mijn hoofd als ik de betreffende gezichten zie. ‘Als je dat voor de minste van je broeders hebt gedaan, dan heb je dat voor Mij gedaan!’
Hoe zie ik hen, hoe behandel ik hen, zonder weg te kijken van hun daden? Ontmoet ik hen, kijk ik hen aan? Behandel ik hen met waardigheid, liefde en vertel ik hen van de hoop die in mij leeft!? Geef ik gehoor aan die diepe wens om hen die in gevangenissen te bezoeken? Daar waar de Koning niet of nog niet welkom of zichtbaar is. Durf ik mijn leven te delen met hen die ook naar Zijn Beeld geschapen zijn?
Op dit moment zijn zij mijn minste broeders. Dat zij in een land van minder kansen geboren zijn, een rov (grillig) leven hebben ten opzichte van mij, een andere huidskleur of cultuur hebben is niet relevant. We zijn beiden door dezelfde Schepper geformeerd. Ben ik in staat verder te kijken dan zijn daden? Precies zoals Jezus Christus bij ons zondaren wil doen? Ben ik bereid hem als mens en als naaste zien?
Wat zou jij doen?
