Het is maandagmiddag. De zon schijnt, vol warmte en licht. Ik ervaar de energie die de zon geeft. Ik ervaar wat ik de afgelopen weken gemist heb.
De maand maart was zo bewolkt, dat ik meerdere dagen mezelf in Nederland waande. De lucht was grijs, de wolken kon ik bijna aanraken. Dit weerbeeld past niet bij een warm land met een woestijn klimaat, waar het grootste deel van het jaar de lucht blauw is en de zon warm en uitbundig.
Toch brachten deze wolken enorm veel goeds. Regen, met bakken kwam het uit de lucht vallen. Op de meest onlogische momenten.
Stromen van zegen kwamen letterlijk als plasregens neer. Gebeden werden verhoord, tranen van vreugde vloeiden, vreugde beleefd in het stromen van de regen.
De dam bij ons in het dorp staat al maanden droog. Je kunt van de ene naar de andere kant lopen. Het gras groeit, maar verder geen druppel water.
En toen waren daar de buien van vorig weekend. Donkere wolken pakten zich samen, onweer en bliksemschichten schoten door de lucht. Druppels regen worden een gordijn van regen. Minuten, wordt een kwartier, een half uur, een uur. De wolken lijken letterlijk hun figuurlijke sluizen te openen en laten alles vallen wat ze in zich hebben.
De aarde voedt zich, laaft zich, neemt het water op als een spons!
Bij ons op het plot neemt het dat weekeinde zulke vormen aan dat het water van voren, in een stromende rivier naar achter stroomt.
Als we onze slippers aantrekken om naar buiten te gaan zodra het even droog is, besluiten we om op onze blote voeten naar de overkant te waden. Het water staat aan onze enkels en is koud. Het smaakt ook lekker. Zoet en vers.
Een kletterend geluid is hoorbaar vanaf ons huis. Aan de achterkant van ons perceel stroomt de Black Nossob. De rivier die op een paar dagen per jaar na, droog staat. De rivier waar we pizza’s eten, waar we stil zijn, waar we tot rust komen, waar we doorheen lopen en het leven zien in de aarde. Deze rivier stroomt! Het water komt met liters van de berg naar beneden en veroorzaakt een prachtig ritme wat ons intens blij maakt!
Niet alleen de rivier stroomt, ook de dam in het dorp wordt eindelijk gevuld met water!
Stromen van water worden van de eerste naar de tweede dam gevoerd!
Een zegen, want het land snakt naar water! Het is een zegenrijk weekend, een dankbaar weekend met zoveel regen! De laatste maand van het regenseizoen regent het, met stromen valt het!
Echter; er is een keerzijde!
Het land snakt naar regen, naar water, maar tegelijk zien we dat het land niet gemaakt is voor zoveel regen in een hele korte tijd. De bodem neemt het niet meer op, het stroomt waar het niet gaan kan en brengt ook verwoesting met zich mee.
Bruggen die instorten, wegen die wegzakken. Water dat met zo’n kracht sloppenwijk instroomt dat het niet tegen te houden is.
De regen die viel was zoveel in één keer, dat het buitenverblijf van de kippen overstroomde. In de stromende regen hebben we de kippen naar binnen gebracht en geulen in hun verblijf gegraven. Koud en nat zaten ze daar. De volgende dagen zagen we ons verlies; 5 dode kippen. De kou, de regen deed hen de das om.
Regen, een enorme noodzaak, een enorme zegen! Tegelijkertijd is er altijd een keerzijde!